Vandaag huren we een scooter om het eiland te verkennen. Met mijn onbestaande ervaring met scooters moet zulks goed komen.
Donderdag 22 januari 2026. Na een goede nacht slaap in ons hutje gaan we ontbijten in het hotel. We nemen roti canai, pulut panggang (gegrilde kleefrijst gevuld met pittige kokos) en kaih dadar (groene pannenkoek gevuld met geraspte kokos en palmsuiker).

Na het ontbijt huren we de scooter, we krijgen een korte cursus en op goed geluk rij ik de steile berg af. Dat ging goed. Monique stapt achterop en we beginnen aan ons rondje eiland.

Onze eerste stop is de zeeschilpaddenopvang. Er zwemmen vier van die leuke diertjes. Verder stelt het allemaal niet veel voor.

Dan door naar de Pasir Bogak lookout. We klimmen de uitzichttoren op. Het trappetje is crazy smal. We passen er net tussen.

In Pulau Pangkor weten we bij een streetfoodstalletje twee drankjes te scoren. Eén teh tarik en een Thai green tea. Ze worden geserveerd in zakjes. Eindelijk!

Met het idee de zakjes op het strand op te drinken hangen we ze als volleerd Maleisiërs aan het stuur. Helaas vond de teh tarik dat geen goed idee en deze valt er vanaf. Alles zit onder. Beetje jammer.

Om van de schrik te bekomen en erger te voorkomen drinken we de Thai green tea ter plekke op.
We rijden door naar de Masjid Al-Badr moskee. Als we er naartoe lopen ziet Monique een Varanus salvator (watermonitor), een zwemmende varaan in het water.

De moskee staat op palen in de zee. We mogen hem bezoeken en moeten ons wel eerst even netjes kleden. Beiden trekken we een abaya aan. Achteraf gezien had ik een sarong moeten hebben. Ik maak even gebruik van de wasfaciliteiten om wat teh tarik van mijn benen af te spoelen. Het is overigens een prachtige moskee.

Next up is het Nederlandse fort hier. Voor we er zijn spotten we een groot rotsblok met daarin het logo van de VOC erin gehouwen.

Het fort, of wat er nog van over is, is een prima plek voor een lycheeyoghurtijsje. Monique geniet ervan. Het fort zelf stelt zoals gezegd niet veel voor.

Dan rijden we verder en verlaten we het drukke Pulau Pangkor om de weg door de jungle te volgen naar het noordoosten. Het is af en toe een flinke klim (eenvoudig) en afdaling (samengeknepen billetjes). We rijden er in alle rust als bejaarden overheen.
We arriveren in Teluk Dalam waar we een klein wandelingetje over het strand maken. Het is hier net een vuilnisbelt zoveel afval ligt er. Zo jammer, want het is er wel erg mooi.

Ook ligt er in de verte een vastgelopen klipper.

We lunchen bij Kedai Makan Mak Ngah. Het wordt goreng biasa en laksa mee Pangkor. Dat laatste is het gerecht wat je hier moet eten. Het smaakt allemaal weer prima. Tijdens het eten doe ik een Monique’je. Ik zit een meter van de tafel af waardoor de helft op de grond belandt.

Na de lunch rijden we terug naar het hotel. De weg omhoog gaat verrassend makkelijk met de scooter. In ons hutje trekken we de badkleding aan ter voorbereiding op een bezoek aan het strand.
Niet veel later rennen we de zee in. Het water het ene moment lauw en het andere moment warm. Na deze verfrissende duik gaan we bij Daddy’s Café zitten. Met deze temperaturen moet je goed blijven hydrateren.
Een drankje later besluiten we te gaan snacken. Monique heeft iets gevonden waar ze cucur udang verkopen. We nemen onze scooter en rijden erheen. De route is wat onduidelijk, wat ons doet besluiten de scooter te parkeren en het laatste stuk te lopen. Verstandige keuze, het waren wel smalle straatjes.

We vinden het restaurant en met hulp van een plaatje en een dame die Engels spreekt bestellen we twee porties. Het zijn hartige garnalen beignets geserveerd met pindasaus. Dit was wel een hoogtepunt in ons eetavontuur op Maleisië.

Om niet uit te drogen, nemen we er een glas Cincau bij. Dat is Grass Jelly Drink, een cola-kleurige drank met bruine jelly sliertjes erin. Het smaakt licht kruidig en zoetig.
Als de middagsnack op is, lopen we terug naar de scooter. Onderweg worden we door diverse kindertjes aangesproken en lijkt het meer dat wij de attractie zijn.
Terug in ons hotel nemen we een drankje op onze porch. We hopen dat we wat wildlife kunnen spotten, maar verder dan een vlinder en libel lijkt het niet te komen vandaag.
Tegen etenstijd nemen we de scooter naar Pasir Bogak. We hebben een visrestaurant op het oog. We bestellen white snapper met signature sauce en prawn pineapple sauce. Bordje witte rijst erbij voor de smaak.

Als we afgerekend hebben zien we dat onze resten gedoneerd worden aan de drie (straat)honden die in en rond het restaurant rondliepen. We rijden terug naar ons dorp Teluk Nipa. Onderweg spotten we hele families apen die op de stroomkabels zitten.

In het dorp doen we eerst een ansichtkaartshoot met de zonsondergang. Deze is het beste.

Dan is de duty free shop aan de beurt. Deze is kennelijk gespecialiseerd in chocolade. Je kunt het zo gek niet bedenken of het ligt er van Belgisch Zeebanket tot Knoppers en van de hele collectie Rittersport tot een variëteit aan Kitkats. Hoogtepunt is de Peanut slab van Whittaker’s. Dit brengt ons weer even terug naar Nieuw-Zeeland. Uiteraard nemen we deze mee.

Dan nog op zoek naar een drankje. De coconut shake bar is dicht, dus we gaan voor een matcha. Aardbei voor Monique en Yam Taro (zoete aardappel) voor mij.

Daarna nog een keer de berg op. Gelukkig hebben we de scooter.