Kuala Lumpur. Het staat niet op de bucketlist, maar toch gaan we erheen. Misschien weet het ons te verrassen, we hopen in ieder geval op een smakelijke dag.
Vrijdag 23 januari 2026. Oeps, ik heb de wekker een uur te vroeg gezet. Niet getreurd, we besluiten nog even een uurtje op onze porch naar de jungle te kijken. Het duurt niet lang of de eerste zwartneusklappereekhoorn springt voorbij. Niet veel later hangt er een langstaartmakaak aan de boom te schudden.

De eekhoorn sprint nog een paar keer op en neer, maar weigert een fotoshoot. De snelle rakker!

Na het ontbijt, roti canai, nemen we de taxi naar de ferry. Monique is blij, nu wel een roze taxi.


We gaan op zoek naar een teh tarik in een zakje voor Monique. We stuiten toevalligerwijs op dezelfde kraam als gisteren. Een bofje! We bestellen een teh tarik en green tea Thai. Bij de buurtjes halen we wat zoete snacks als second breakfast. We hebben balletjes, Cempedak Goreng of Nangka Fritters. We nemen ook een bakje dadar gulung, dezelfde groene pannenkoeken als gisteren bij het ontbijt.

Het second breakfast nuttigen we terwijl we op de ferry wachten. De overtocht verloopt soepel, voor we het weten staan we weer op het vasteland. We betalen de parkeerplaats en vertrekken richting Kuala Lumpur.
Onderweg doen we een speurtocht naar een drankstalletje. De meeste die we zien zitten aan de verkeerde kant van de weg, of vallen pas op als we er langs gereden zijn. Uit het niets popt er eentje op. Vol in de ankers en van de rechterrijstrook naar de vluchtstrook op links staan we perfect stil. De goede man verkoopt ons mangosap en stukken mango. Hij vraagt of we er sour powder op willen. Dat kennen we nog niet, dus ja!

Terwijl we doorrijden eten we de mango op. Geen best idee, want mijn handen plakken als een malle. Als we bij een stoplicht staan, vraag ik of Monique er een paar druppels water op wil gooien. Het wordt een halve fles. Nadat mijn handen niet meer plakken, geeft het stoplicht ons ook voldoende tijd om nog een foto van deze Indische gapers te nemen.

Als we weer verder mogen rijden gaat het weer vlotjes. De volgende stop is in Kuala Selangor, waar we onze eerste nacht verbleven. We lunchen bij Saté Kajang Retro. En inderdaad we eten onder andere saté ajam (kip), saté kambing (geit), nasi impit (blokjes rijst) en mee bandung daging (noodlesoep). Het is toch weer een verwennerij.

Nu we weer genoeg energie hebben rijden we door naar Kuala Lumpur International Airport. Het gaat vlotjes en voor we het weten hebben we de auto ingeleverd en zitten we in een grab (taxi) naar ons hotel in de stad. Het is een vlotte rit tot we in de buurt van het hotel komen. De laatste 2,5 kilometer duurt bijna net zolang als de eerste 40.
Het Verdant Hill Hotel heeft ons een kamer op de 17de verdieping gegeven. Prima, geen geluid van de straat. We beginnen met een duik in het zwembad.

Na het zwemmen nemen we een drankje in de hotelbar. Het wordt een Red Dragon. Heerlijk! Een combinatie van verse lychee, watermeloen en dragonfruit.

Na een verfrissende douche is het tijd om te gaan eten. We hebben gekozen voor Jalan Alor, de streetfood straat van KL. De weg erheen leidt langs allerhande bars. De proppers staan bijna te smeken of je van hun happy hour gebruik wilt maken. Dan slaan we Jalan Alor in, het oogt nog redelijk rustig.

Slim als we zijn lopen we eerst naar het eind. Even kijken wat er te halen valt in deze tourist trap. Terwijl we lopen wordt de ene na de andere menukaart aan ons voorgelegd. Aan het eind gekomen draaien we om. Laat het smakenfestijn beginnen.
We starten met Stinky Tofu. Gefermenteerde tofu gevuld met knoflook in een lichte bouillon. Heerlijk!

Dan eindelijk krijg ik pisang cheese. Gebakken banaan met kaas en hagelslag en een zoetig sausje. Een toetje, maar dan als tussengerecht. Heerlijk!

We gaan door met een beef bun. Een gestoomd broodje met rundvlees, bij de appie verkrijgbaar als bapao. Al is deze wel lekker.

Dan nemen we een verfrissend drankje. Milk tea bubble, mango en dragonfruit. Ziet het er niet kleurrijk uit?
Oh, niet veel later halen we pani puri. Die hebben we nog in de kast liggen. Nu weten we hoe we ze lekker kunnen vullen.

We gaan door met iets echt lokaals. Fishcake in bananenblad. Mijn handen ruiken er nog steeds naar. Dan nog een tasting van bbq porc jerky. Het zijn plakken gedroogd gehakt. Er komt een schaar aan te pas om een stukje los te krijgen. Lekker, maar de kleinste hoeveelheid is 300 gram, ietwat overdreven. Van deze laatste twee zijn helaas geen foto’s beschikbaar.
Als we Jalan Alor verlaten dan zijn we blij dat we de drukte uit zijn. Ook is het prettig dat we de geur van Durian achter ons laten. Het is ons nu duidelijk waarom deze vruchten veel verboden zijn in publieke ruimtes.

Terwijl we onze volgende stop uitzoeken worden we aangesproken door een Duits stel. Of we Duits spreken en Google Maps hebben. Ze kunnen het hotel niet meer vinden en krijgen Google niet aan de praat. De route begrijpen ze niet, dus we besluiten een stukje met ze mee te lopen.
Eenmaal afgezet in de straat waar ze moeten zijn, lopen we naar de Beer Bank. Eerst passeren we een aantal dames van plezier en daarna lopen we door een straatje wat bezaaid is met ratten. Lekker hoor!
De Beer Bank is een verscholen bierwinkel achterin een supermarkt. De supermarkt heeft zowaar de garam masala die we nog zochten en ze hebben ook het sour powder! Dan door het magazijn naar achteren de Beer Bank in.
Ik had al ontdekt dat er Maleisisch bier te koop is, de enige reden om een ‘schijt aan dry January’ dag te hebben. Ik hoop een blik lokale Pale Ale en Monique gaat voor een Chinese Lemon Tea Cider. Ik ben blij, Monique vindt het iets minder.

Na het biertje lopen we terug naar het hotel. We passeren weer een groepje dames van plezier, al vraag ik me af of iemand daar plezier aan kan beleven. Maar ja, over smaak valt niet te twisten. Dan weer langs de café’s waar happy hour nog steeds gaande is. Het contrast met de rest van Maleisië is hier extreem.
Een gedachte over “Wat een contrast”
Wat is het toch een wereld van verschil